Posts tonen met het label katten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label katten. Alle posts tonen

donderdag 26 maart 2020

Stille stad - Coronamijmeringen

Sinds 14 maart zijn in België alle cafés, bars en restaurants gesloten nav. de corona-outbreak. We waren er redelijk snel bij, toch zeker vergeleken met het Verenigd Koninkrijk en Nederland die pas een week later in actie schoten, of Zweden en Denemarken waar alles nog zijn gewone gangetje gaat.
Een paar dagen later werd aangekondigd dat alle scholen dichtgingen, en alle niet-noodzakelijke winkels moesten sluiten. Bleven over, voedingswinkels, supermarkten, apothekers en dierenspeciaalzaken. Op een paar onnozelaars na, worden alle maatregels netjes gevolgd. En nu maar afwachten of het resultaat oplevert.
Tot en met gisteren, 25/3, hebben we 6230 geregistreerde besmette personen en helaas 220 slachtoffers.

Elke dag, met bang hart, wachten miljoenen aardbewoners op de cijfers die meedogenloos op ons worden afgevuurd. Italië heeft 7.500 dodelijke slachtoffers, dat is niet te vatten. Zevenduizend en vijfhonderd doden, op enkele weken tijd. De situatie is daar nog lang niet verbeterd sinds ik er de laatste keer over schreef, amper een week geleden.
Spanje heeft ondertussen ook al meer dan 4.000 doden. Vierduizend.
In Madrid is een ijspiste omgetoverd tot tijdelijk mortuarium omdat de crematoria niet kunnen volgen, en zo krijgt de feeërieke naam 'Palacio de hielo' een macabere duiding.

Als een gemene speling van het lot zijn het prachtige dagen hier in Antwerpen. Alsof er helemaal geen virus rondraast en wereldwijd slachtoffers maakt.
We hebben weer terug 12 uur daglicht op een etmaal, de zon straalt volop en de blauwe lucht is nog nooit zo mooi blauw geweest als nu, nu ze niet ontsierd wordt door rookstaarten van de duizenden vliegtuigen die anders het kleurpatroon van het luchtruim verstoren. De lente is altijd al één van mijn favoriete seizoenen geweest. Alles komt weer tot leven, de vogeltjes fluiten, blaadjes komen aan de bomen, ik ben op 23 maart geboren, een lentekind.

Maar we houden ons gedeisd, hier in ons huisje in Antwerpen centrum, mijn man en ik, met onze drie katten, wij blijven in ons kot. We hebben voldoende bezigheden; ik ben zelfstandig en heb mijn zaak moeten sluiten, dus ben volop bezig met het invullen van paperassen en administratie om te kijken in hoeverre ik kan terugvallen op de steunmaatregelen die ons land voorziet, mijn man schrijft en dat doet hij nu heel der dagen, en we hebben voldoende vooraad in huis om lange tijd te overleven.

Ik heb dat al heel mijn leven gehad, een lichte vorm van hamstergedrag. Als ik nog maar drie liter melk in huis heb, krijg ik het al benauwd. Minder dan zes WC rollen op voorraad? Ik slaap er slecht van. Met het resultaat dat wij wel tegen een beetje lockdown kunnen, en sinds de aankondiging ervan zijn we zelfs amper boodschappen gaan doen. Ik heb shampoo tot november en flessen wijn of bubbels tot nieuwjaar.

Toch moet ik er af en toe uit, een broodnodige frisse neus, en om de andere dag maken we met ons twee, mijn man en ik, een korte wandeling.
Gisteren bracht die ons wat verder dan anders. Nu het zo rustig is op straat, wil ik met Bowie gaan wandelen. Bowie is onze 3 of 4-jarige adoptiekat die we in de zomer van 2018 uit het asiel hebben gehaald, en een ondernemend beestje, Uni (samen met Bowie geadopteerd maar anderhalf jaar jonger) en Tapa, die woont al dik 15 jaar bij ons, doen we er zeker geen plezier mee, maar van Bowie heb ik grote verwachtingen.

Dus wij trokken richting Theaterplein naar Dierenspeciaalzaak De Pauw, maar die hadden geen geschikte tuigjes voorradig.
Het was fijn een open winkel te zien, en even te kunnen kletsen met de verkoopster die ik ondertussen al vele jaren ken.

Hoe anders was het een beetje verder, op de Meir, op een zonnige woensdagmiddag. En toen drong het pas echt tot me door. Hoe stil het hier niet was, en hoe leeg. Op een moment dat je hier anders over de koppen zou moeten kunnen lopen. Ook Nello en Patrache aan de Antwerpse kathedraal konden ongestoord verder blijven dutten.


Vanmorgen las ik in de krant dat het heel slecht gaat met New York. Met het chauvinisme van een echte Antwerpenaar, heb ik altijd een zwak gehad voor New York omdat ik deze twee steden vergelijkbaar vind. Ja, lach me maar uit, toch is het zo.
In de volledige Verenigde Staten zijn tot en met gisteren, 25 maart, zo'n 65.000 besmette mensen geregistreerd en daarvan leven er 30.000 in New York!!! 285 zijn er al aan bezweken en de ziekenhuizen kreunen. Bewoners worden aangemaand thuis te blijven, alle Broadway shows zijn tijdelijk geschorst en theaters gesloten. Bars en restaurants sluiten, op eigen inititatief, daar is helaas niet zo'n goed netwerk dat ondernemers ondersteund zoals hier en is het ieder voor zich. Vreselijk.

The city that never sleeps wordt stil, net als de onze.
We duimen dat het virus afgeremd kan worden, gestopt en genezen, dus allemaal, alsjeblieft, #flattenthecurve, #blijfthuis, #stayhome
En hopelijk hebben we binnenkort beter nieuws.
Start spreading the news!

woensdag 18 maart 2020

Ik wou dat ik mijn kat was - Coronamijmeringen

Ik wou dat ik mijn kat was. Languit genietend in de zon. Nog triomfantelijk gloriërend over de eerste muis die ze ooit ving, eergisteren, en die ik tevergeefs heb proberen redden.

Ik wou dat ik mijn kat was. Nu luid spinnend op mijn rechterarm. Waardoor ik deze tekst met één linkervinger heel langzaam aan het typen ben maar dat niet erg vind want ik heb tijd.

Ik wou dat ik mijn kat was. In juli 2018 gered uit de quarantaine van een dierenasiel in Antwerpen waar ze drie maanden heeft gezeten, niet wetend wat de toekomst zou brengen, in plaats van nu in een 'Lockdown-light' te gaan, die misschien wel even lang gaat duren.

Ik wou dat ik mijn kat was. Die zich niet druk maakt over de voorraad WC papier in de supermarkten, of de voorraad pasta en gepelde tomaten en trouwens ook geen flauw benul heeft waar die constante stroom kattengrit en droge brokken vandaan komen.

Ik wou dat ik mijn kat was. Die haar nagels in goede conditie houdt door het krabben aan haar daarvoor voorziene krabmeubels her en der verspreid in huis, en uiteraard ook aan onze mooie zetel in de living, chaise longue in de slaapkamer en onze trapmatten die ondertussen recht uit het rijmpje 'de kat krabt de krollen van de trap' lijken te komen, en niet net als ik afhankelijk is van fancy nagelstudio's die nu gesloten zijn.

Ik wou dat ik mijn kat was. Met geen enkele zorg aan mijn hoofd. Niet piekerend over daklozen, asielzoekers, economische recessie, openstaande rekeningen, het sluiten van mijn eigen zaak, en het daaruit voortvloeiend mislopen van inkomsten.

Ik wou dat ik mijn kat was. Levend in de veilige cocon van mijn afgebakend territorium, afgesloten van de ellende van alle wereld en geen toegang tot internet. Dan zou ik niet bezorgd zijn over ouderen en zieken. Niet ongerust zijn over kwetsbare dierbaren, of over vrienden die het moeilijk hebben. Niet denkend aan de vele slachtoffers in Italië, China, en ondertussen de rest van de wereld. Totaal niet inzitten met het oververmoeid ziekenhuispersoneel, dat we beter moeten beschermen, koesteren en eren, want zonder hen hangt ons leven echt aan een zijden draadje.

Ik wou dat ik mijn kat was. Nog nooit op reis geweest naar een exotische vakantiebestemming. Niet wetend hoe mooi een strand kan zijn, een besneeuwde berg, de stoom boven een waterval, of een dolfijn in open zee. Nog nooit een zonsondergang gezien van op een bootje, met zicht op een Egyptische tempel. Of op een kameel door de woestijn gereden. Geen besef hebben van de heerlijke geuren in een soek of van het melodieus geroezemoes op een verscholen pleintje achter een Palazzo met sfeervolle terrasjes vol levenslustige Italianen en dus niet weten wat ze mist.

Ik wou dat ik mijn kat was, de onbetwistbare meesteres van Social Distancing. Kwam iemand te dicht bij mij in de buurt, ik zou een hoge rug opzetten, mijn oren plat leggen en met opstaande haren luid beginnen sissen en grommen. Maar als het iemand was die ik graag zag, zou ik die spinnend kopjes geven, tegen hem of haar aanschurken en terwijl een vochtig spoor van feromonen op diens handen, gezicht, schouders rug en ellebogen achterlaten want, ha, ik ben toch immuun.

Ik wou dat ik mijn kat was. Die enkel aan zichzelf denkt, en aan haar volgende maaltijd, en niet aan mijn vader die alleen op een flat in Deurne zit, en die nog veel meer dan ik hunkert naar sociale contacten, kaartavondjes op cafés, terrasjes, eindeloze gesprekken voeren die nergens en overal over gaan met bekenden, met gelijkgestemden, vaak - en vooral ook - met onbekenden en regelmatig met dwarsliggers.

Ik wou dat ik mijn kat was. En 18 uur van de 24 kon verkeren in sleepmode in een droomwereld waar kleurrijke vogeltjes rondfladderen in een Technicolor Disney film in plaats van amper 6 uur per nacht, en niet eens ononderbroken, rusteloos te woelen terwijl verschillende onheilscenario's geprojecteerd worden op de binnenkant van mijn oogleden.

Ik wou dat ik mijn kat was. Dan had ik 9 levens. Misschien zou ik dit leven aan me laten voorbijgaan, en terugkomen in een ander.